Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feller koorts werd aangetast, die den ganschen volgenden nacht, tot 's anderen daags omtrent den middag, duurde, en toen die begon af te nemen, namen zijn krachten tevens af, en men vernam de voorteekenen des doods. Toen toonde de groote Zeeheld, die te allen tijden de gewoonte had van zich, ten strijde gaande, ter dood te bereiden, dat hy in dezen laatsten strijd de dood getroost was, en rustig onder de oogen dorst zien. Hoe hier zyn einde meer naderde, hoe hy meer verlangde om ontbonden te worden. Hy lag gedurig met gevouwen handen, en bad God om een zalig einde, zich onder anderen dienende van David s woorden uit den 63sten Psalm, O God, gij zyt mijn God, ik zoek u in den dageraad, mijn ziele dorst naar u, mijn vleesch verlangt naar u: in een land dor en mat, zonder water. Voor den middag, toen zijn spraak hem zwaar begon te vallen, en dat hy weinig sprak, begeerde hy dat de Predikant Westhovius God zou bidden om een zalige verlossing: en tegen den avond, toen zijn spraak geheel ophield, en dat men nogmaals gebeden ten zeiven einde tot God uitstortte, bad hij nog met zijn zuchten, en lag daarna ettelijke uren zonder spraak in de benauwdheid des doods, totdat hy 's avonds tusschen negen en tien uur den geest gaf, met een zachten en gerusten uitgang: in't bijzijn van verscheidene Bevelhebbers en Kapiteinen van 's Lands vloot, van den Vice-Admiraal De Haan, den Schout-bij-nacht Middellandt, en de Kapiteinen Kallenburgh, den Graaf van Styrum, De Sitter, Uitterwyk, Meegangk, Andringa, en anderen, te veel om te noemen, die met weenende oogen, en ontstelden gemoede, dien grooten admiraal zagen sterven, en met reden klaagden, dat ze nu in een vreemd gewest, zoo verre buiten hun Vaderland, en met een feilen oorlog op den hals, zulk een dapper Opperhoofd met al zijn ervarenheid

Sluiten