Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Turenne, Condé.

Villars. Villeroi.

Beauvilliers.

Lieden van de toga.

kenden „Dictionnaire de 1'Académie." (Nog heden ten dage geldt het in de letterkundige en wetenschappelijke kringen van Frankrijk voor een groote eer tot lid der A k a d e m i e verkozen te worden). Waar het er op aankwam ook buiten de grenzen van zijn rijk zijn macht en invloed te vestigen of uit te breiden door schitterende wapenfeiten, kon de vorst beschikken over veldheeren als T u r e n n e en C o n d é, maar op het tijdstip, waarop de gebeurtenissen van onzen roman een aanvang nemen zijn deze uitnemende mannen al gestorven Onder hen, die toen aan het Fransche hof in aanzien waren, vinden wij o.a. genoemd de maarschalken De Villars en Villeroi. Wat Lodewijk XIV nu ook aan de bekwaamheden en den ijver zijner helpers moge te danken hebben gehad, het valt niet te ontkennen, dat het vooral zijne eigene groote regeeringstalenten waren, die hem in staat hebben gesteld het koningschap in Frankrijk tot zoo een hoogen trap van macht en luister op te voeren, als waarop hij het gebracht heeft. Zijn persoonijke invloed en wil zijn het, die aan het landsbestuur zulk een richting gaven,' dat hij kwam te staan bóven alle machten in den Staat, die eenigen afbreuk konden doen aan de onbeperkte heerschapij, die hij voor zich opeischte. Het Parlement wist hij het zwijgen op te leggen, de macht van den adel te fnuiken. Wel liet hij den edelen hunne titels en overlaadde ze met eerbewijzen maar onthield hun zorgvuldig allen politieken invloed. Voor zoover zij hem niet in het leger dienden, liet hij hun geen andere rol spelen dan die van slaafschen hoveling. De H e rtog de Beauvilliers was het eenige lid van den ouden Franschen adel, dat sinds den dood van Mazarin toegang had tot den Raad des Konings. Li o d e w ij k XIV gaf er de voorkeur aan niet alleen zijne magistraten (gens de robe, lieden van

Sluiten