Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juffrouw Toussaint een bron is geweest van groote teleurstelling en waarachtig leed.

Na hetgeen Mr. S. Muller Fz. omtrent de levenswijze van Bakhuizen van den Brink in „Onze Eeuw" van November 1905 heeft medegedeeld, zal het niemand verwonderen, dat deze verbintenis moest uitloopen op eene scheiding voor goed, toen Juffrouw Toussaint zich bewust was geworden niets meer voor hem te kunnen zijn.

Hare productiviteit leed er evenwel niet onder, getuige de velerlei grootere en kleinere verhalen achtereenvolgens door haar, ook in dien tijd, in het licht gegeven.

Voor den belangstellende is de geheele reeks harer werken bijna volledig te vinden in de studie door Dr. Jan ten Brink in : „Onze hedendaagsche Letterkundigen" over haar leven en werken gegeven ; zoodat het niet noodig is deze hier te vermelden.

In 1846 leerde Juffrouw Toussaint den kerkschilder J. Bosboom in Den Haag kennen. Zij bezocht hem in zijn atelier, nog in zijns vaders huis op de Kleine Bierkade. Als herinnering aan hun kennismaking bood de schilder der schrijfster eene fraaie teekening aan naar zijn merkwaardige schilderij „Lux in Tenebris," dat in 1842 in Brussel was bekroond.

Juffrouw Toussaint van hare zijde beantwoordde deze oplettendheid met de toezending van haren „Leycester" in '46 voltooid, gelijk zij er bij schreef:

„Als souvenir van mijn bezoek op uw interessant atelier en als een bewijs van hoogachting voor den kunstenaar, wiens naam ik vroeger met belangstelling hoorde noemen, wiens werk ik nooit' zonder genot heb aanschouwd, en wiens persoonlijke kennismaking mijne deelneming in beiden heeft verdubbeld."

In zijn eigen korte autobiografie zegt Bosboom heel

Sluiten