Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lakoniek : „in 1846 toen „de Graaf van Leycester in Nederland" was verschenen, mocht ik kennis maken met de schrijfster, aan wier pen Nederland — om slechts dit te noemen -reeds „het Huis Lauernesse" dankte."

Deze woorden zoo eenvoudig neergeschreven — dit simpele feit — hebben een groote beteekenis in dit levensbericht.

Ik geloof wel met zekerheid te kunnen zeggen dat er heel spoedig eene echte wederzijdsche genegenheid ontkiemde; bij Bosboom dadelijk beslist, bij Toussaint nog weifelend tusschen hoop en vrees, omdat zij eene droeve ervaring rijk was, die haar deed huiveren op nieuw gehoor te geven aan de stem van het hart.

Maar Bosboom wachtte en bleef trouw. Langzaam maar zeker groeide bij haar eene diepe genegenheid voor hem, zooals zij zich uitdrukte : „van zijn talent kan ik niet oordeelen dan alleen hetgeen anderen er mij van zeggen en wat mijn eigen smaak er van ziet, doch op zijn hoofd en in zijn hart heb ik sinds ik hem ken en zoo van tijd tot tijd weer op mijn weg ontmoette een blik geslagen, die mij in hem doet gelooven als in een eerlijk, opregt, fijnvoelend mensch van een helder verstand en juist oordeel, maar vooral van een goed hart, dat mij eer tot zelfverloochening dan tot zelfzucht geneigd schijnt. Dit is vooral eene kwaliteit, die ik heb leeren schatten sinds ik meer dan eens dupe was van het tegendeel."')

En later : „aan sommige uitdrukkingen, aan sommige confidentiën omtrent familiebezwaren en toekomstige plannen, die men anders zoo niet zegt, zou ik haast denken, dat hij in mij niet enkel de celebriteit apprecieerde, maar ook de vrouw Ik beken de

Uit een brief aan eene vriendin.

Sluiten