Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerewacht van schepen, de vlaggen voerend van alle volkeren der wereld, voor ons liggen. Aan den Harlinger steiger bij de Nieuwe Stadsherberg vond de landing plaats; — de uitredding mocht men het noemen van het vagevuur dat we hadden doorgemaakt.

Voor mij volgde nog niet het paradijs, want ik moest den Alkmaarschen beurtman opzoeken, in de hoop dat deze nog niet was afgevaren. Bleek dit wèl het geval dan moest ik ijlings de stad in, begeleid door een kruier die mijn koffertje droeg en mij tegelijk tot gids strekte, om te zien of we de diügence nog konden halen, die een paar uren later vertrok dan de beurtman, — hetgeen meestal gelukte. De blijdschap over de goede kans werd echter vergald door het leedwezen, Amsterdam te moeten verlaten, zonder er eigenlijk' iets van gezien te hebben dan hoe zij als eene koningin op de wateren dreef.

Men ziet het, zulk een tocht had weinig van eene plezier-reis; en men zal mijn opzien tegen den vacantietljd al bracht die mij te Alkmaar — wel verklaarbaar vinden en begrijpen dat ik in 1833, meer vrij en onafhankelijk in mijn bewegingen, de stoomboot koos als vervoermiddel naar Harlingen.

Zelfs mijne familie hield het mij ten goede, al vond men het wel een weinig gerisqueerd met de stoomboot voor een jong meisje alleen! Zoo'n stoomboot, er kon zoo van alles mee gebeuren I Maar als er geen van al de onderstelde mogelijkheden gebeurde, was men zeker tegen vier uur in de haven te zijn, na omstreeks acht ure aan boord te zijn gestapt, kon men, zonder naar beneden gestuurd te zijn (hoeveel „heimischer" was het zelfs daar!) wel ingepakt in de frissche lucht blijven zitten; men had zoo goed als geen last van zeeziekte en behoefde geen proviandtrommel mee te sleepen, die toch zelden van dienst was.

Sluiten