is toegevoegd aan uw favorieten.

De Prinses Orsini

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ielijkheid van den gezagvoerder, de voldoening der jonge Mevrouw, dat zij eene kennis uit hare meisjesjaren als gast meê naar huis voerde, mijn eigen lust om de vervlogen schooltijd nog eens te doorleven — maakten onzen tocht zóó gezellig, dat die ten einde was gebracht, eer wij het wisten en het verlangen naar het eind bij ons was opgekomen. Mr. B., de echtgenoot van mijne schoolvriendin, kwam haar afhalen en was, zooals hij betuigde, aangenaam verrast met de logée die zij meebracht, die niet meer de eenige zou zijn, want hij wachtte er ook een van zijne familie: een nichtje uit Haarlem dat belet had gevraagd en spoedig te wachten was. De jonge vrouw, een zieltje zonder zorg en zonder vrees, vond het recht prettig en verzekerde mij, dat eene logée méér volstrekt geen bezwaar was in haar huis. Zij was er van overtuigd, dat de gezelligheid er slechts door winnen zou en dat wij het onderling wel zouden vinden. Nu zoo viel het ook uit; en aan dat toevallig samentreffen dank ik de eerste vroege bekendheid met de verzen van Beets!

De jonge dame was zijne zuster — niet Serena, maar eene jongere, ook m ij n e jongere, ofschoon zijn veeleer mijn oudere scheen; want ik had volstrekt niets van de flinkheid en beslistheid, die ik in mijne betrekking toch zoozeer behoefde. Wie niets van mij wist zou mij voor een meisje tusschen de zestien en zeventien hebben aangezien, die pas de kostschool had verlaten. Jufvrouw Beets was, zoo ik meen, niet veel boven de zeventien, maar men zou haar de een en twintig gegeven hebben, die ik reeds had bereikt. Het verschil in leeftijd tusschen ons was dus als van zelve geëffend; jonge meisjes sluiten zich gemakkelijk aan, in omstandigheden als de onze. Wij moesten dezelfde logeerkamer deelen; de heer des huizes had het zeer