Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lennep's Legenden gevonden had wat ik liefst in de poëzie zocht, — ik kon mij van het vooroordeel tegen een broêr, die geacht werd mooie verzen te maken, maar niet zoo op het zeggen eener zuster laten genezen.

Reeds waren er van zijne verzen gedrukt — vertelde zij — maar niet met zijn naam natuurlijk... Nóg vond ik dit bewijs niet voldoende, wetende wat er alzoo gedrukt werd in 't artikel verzen. Had zij mij, wat zeker het geval is geweest, kunnen zeggen, dat Immerzeel er zijn Muzen-Almanak voor opengesteld had; schoon ik zelve nog geen regel geschreven had, en zelfs de vermetele gedachte niet in mij was opgekomen dat ik ooit iets zou schrijven, dat kans had gedrukt te worden of dat verdiende, — zeker had ik dan toch terstond goede verwachtingen opgevat; maar mogelijk was haar dit zelve niet bekend.

Toch — wat hadden wij dan ook beters te doen bij een zomerhitte, die overdag zelfs het wandelen verbood? — verzocht ik haar die verzen te mogen lezen. Maar wijzer dan ik liet zij het daarop niet aankomen, maar stelde voor ze> mij voor te lezen. Nu, zij had eene welluidende stem, kende de verzen zoo goed als van buiten, en — bezat in niet geringe mate het talent van voordragen — wellicht omdat zij ze reeds door haar broeder had hooren reciteeren; zij gaf er den rechten toon aan en de volle waarde.

Ik luisterde, ik vroeg meer, — ik vroeg alles. Mijn vooroordeel was weggevaagd als sneeuw voor de zon van dat genie, dat ik het voorrecht had te kunnen raden door de zwakheid der jongelingspoëzie heen. Ik bewonderde; ik geloofde in de toekomst van den dichter, die zóó aanving; die met de Yntema's-traditie had gebroken. En schoon noch zij, noch ik konden voorspellen wat er worden zou van de roeping eens jeug-

Sluiten