Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene weldaad voorgesteld; maar ik weet ook, dat de schoonheid hare waarde moet hebben ; in alles wat men rondom zich ziet, zoekt men schoonheid, eischt men bevalligheid, harmonie der kleuren, regelmaat der vormen; uwe honden en paarden zelfs kiest gij op deze voorwaarde, en zou zij voor den mensch dan alleen te verwerpen zijn?"

„Voor den mensch is zij toch de minste behoefte ; bij dezen vergoedt de geest alles," viel de Sainbertöt in.

,,Ja, maar het kan samengaan," sprak zij en zag vriendelijk lachend naar hem op. „Mijnheer de la Fontaine heeft eene fabel gemaakt van den Vos en XV

de Druiven en de bespottelijke figuur, die de

Gasconjer daarin maakt, heeft mij zóó getroffen, dat zelfs mijn vader mij niet kan bewegen te minachten, wat nooit in mijn bereik zal zijn ! Dat mijn vader spotte! h ij was de schoonste jongeling van zijnen tijd, gelijk hij mij meermalen vertelde."

„Daarvoor is hij de ongelukkigste man geworden," viel de Sieur heftig in; „daarvoor leeft hij als een

gebannene, daarvoor is hij nu niets, daarvoor

Maar in waarheid," sprak hij, opziende, weêr met zijn kalmen toon : „Diana ! wij zijn even dwaas als onwellevend, dat wij deze Heeren, die onze vrienden moeten zijn, op niets beters vergasten, dan op klachten over ons ongeluk!"

„Een vriend behoort in alles te deelen," sprak de Sainbertöt „en d'Erlanges wil even gaarne als ik ...."

„Eens eene levensgeschiedenis hooren vol wonderen en avonturen?" riep Diana schalk. „Neen, Heer Graaf! ik ben ook nieuwsgierig naar die van mijnen vader; maar ik zou haar niet willen hooren bij wijze van tafelgesprek. Vertel gij mij liever van de arme Savoyaards, in wier hutten gij binnentraadt, zeker niet om er de armoede te laten, die gij er vondt. Ik weet

Sluiten