Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denken dan zij, in wier midden gij leeft; grooter nog het te bewijzen in uwe handelwijze — ik eerbiedig u daarom, ik zal u liefhebben — als mijn zoon — zelfs al wordt gij die nooit! — het is mijn plicht alles voor u te doen wat ik kan, en gij zult zien, dat ik noch een flauw vriend, noch een week vader ben, maar dat ik doen zal wat gedaan moet worden, al is het ook dat ik daaraan wagen moet te verliezen, wat ik mij verkregen heb met een zwaren kamp : mijne rust en mijne onafhankelijkheid." En terwijl hij dit sprak, was het hem aan te zien dat het een hard en smartelijk offer was, hetwelk hij brengen ging; maar slechts korte oogenblikken bleef hij in een pijnlijk nadenken verdiept; daarna hief hij het hoofd op, en zijn gelaat was weer rustig geworden, toen hij de Sainbertöt aanzag bij de vraag: „Zijt gij volkomen vrij in al uwe handelingen? Zoo zelfs, dat gij uw slot kunt verlaten, zonder iemand deelgenoot te maken van de wijze van uw vertrek en van de plaats waar gij heengaat ?"

„Ja, Mijnheer! ik heb alleen maar den ouden Baudin te zeggen, dat hij mijne reiskoets laat voorkomen, en ik rijd af."

„Dat treft gelukkig! Neem dan uwe maatregelen voor eene groote reis. Als gij een kamerdienaar medenaamt, zou diens signalement noodwendig in de pas vermeld moeten worden ?"

„O, zoo wat voor den vorm; Mr. de St. Ange, het hoofd der politie te Tours, is een goede kennis van mij. Als ik hem zeg, dat ik nog niet bepaald beu wien ik zal medenemen, Baudin of Jules, zal die dat wel maken."

„Welnu, dan reis ik met u als uw kamerdienaar!"

„Mijnheer!"

„Beloof mij, dat gij u zoo min mogelijk verwonderen

Sluiten