Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit zijne intrede zou gedaan hebben te Madrid; die de goede diensten nu betaald wilden zien door gezag in de zaken van hun land, en door vertrouwen van de beide Koningen, en die zich teruggezet zagen en stug bejegend aan het Spaansche Hof, zonder er eene bepaalde reden voor te kennen. Sommigen eindigden met zich te onderwerpen aan de rol van onbeduidenden hoveling; anderen met zich te verwijderen. Dit ondervond bovenal de Kardinaal Portocarrero, die het werkzaamste aandeel had gehad in het veranderde testament van Karei II; die Spanje regeerde tot aan de komst van de Prinses Orsini; die haar met vreugde XX had verwelkomd en als het ware den arm had gereikt, om haar binnen te leiden in het Paleis van Madrid, en die zich nu zijn Aartsbisdom Toledo als eene eervolle ballingsplaats zag aangewezen. Dat alles had de Camarera-Major gedaan; men ziet, dat de dankbaarheid niet tot de deugden behoorde, die zij beoefende en haren Koninklijken kweekeling predikte.

Toch was zij er voor bekend, eene even warme en standvastige vriendin te zijn als onverzoenlijke vijandin, maar zij had den Kardinaal Portocarrero nooit bemind; zij had alleen zijne vriendschap gezocht, als die van een machtig, eerlijk en onbeduidend mensch, van wien zij zich zou kunnen bedienen, wanneer en hoe zij wilde; want die eerzuchtige vrouw had tot grondbeginsel eene spreuk, die maar al te veel in beoefening werd gebracht door de staatslieden van hare eeuw — en wie weet van welke eeuwen niet al?

— niet op de middelen te zien, als zij haar doel kon bereiken — en haar doel was groot en het omvatte veel, en het lag ver af — en zij moest vele omwegen maken, om het te bereiken. Hare heerschzucht toch was niet eene vrouwelijke van den gewonen stempel, die zich tevreden houdt met eenen middellijken invloed

Sluiten