Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de voorzaal van het paleis Medina, waar wij hem wederzien, was hij geheel dezelfde als in de eetzaal van zijn eigen lusthuisje. Slechts was hij iets bleeker; zijn oog stond iets meer zwaarmoedig, en bij de weinige woorden, die hij spreken moest, klonk zijne stem nog meer dof dan voorheen. Ook zijne kleeding was volmaakt gelijk gebleven; slechts droeg hij nu eenen degen. Hij was vroeg gekomen en hij had zich geplaatst bij den ingang van het vertrek, dicht tegen de lambriseering, en bleef met den eenen arm leunen op een meubel; hij was niet van houding veranderd den ganschen tijd, dien hij moest wachten, en wij weten dat hij lang heeft gewacht. Toen hij voor de eerste maal kwam, had men hem gezegd, dat het Hof naar San Ildefonso was, en hij had moeten gelooven en heengaan. Nu wist hij, dat de persoon, dien hij zocht, ten minste dadr was; en hetzij onbewustheid van de belangzuchtige vrees, die zijne figuur nog kon inboezemen, hetzij een kalm vertrouwen op zijn eigen voornemen, om niemand te schaden, hetzij de onderstelling, dat de mindere hofbeambten niets tegen hem zouden durven ondernemen, hij had zijn naam opgegeven, zonder eenig vermoeden dat de kwaadwilligheid nalatig zou wezen dien aan te kondigen, waar het behoorde. Die lange beproeving van zijn geduld moest hij dus toeschrijven aan den onwil of de luim van haar, die hem ontvangen moest; en hoe dit zijnen toestand nog pijnlijker maakte, is licht te beseffen. Maar hij had zich zeiven beloofd te volharden, en hij was de man niet om na zulk een besluit terug te gaan.

Hij had niemand toegesproken, en niemand sprak tot hem. De antichambre was vrij ledig. Wie slechts in eenige betrekking stond met het Hof, had het vooruit vernomen, dat de Koning dien ochtend niet te spreken zou zijn, en de weinige bezoekers waren vreemden,

Sluiten