Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne eigene kracht van wil had geoefend tegenover die van zijnen vader, en met dat alles onder de verdrukking was opgewassen tot een krachtvol en bloeiend jongeling, die op zijn zestiende jaar van een knaap niets had dan de fijne en zuivere trekken, en die ten laatste ronduit verklaarde, dat hij Instituten en Pandecten verwenschte; dat hij nooit bekwaam zou worden, om het paleis of de balie binnen te treden; dat hij een kunstenaar wilde worden of sterven; waarop zijn vader begon met hem te vloeken en eindigde met hem te verklaren, dat hij een priester zou worden, zoo hij geen advocaat wilde zijn, en dat hij altijd genoeg studie zou verkrijgen om een petit abbé te kunnen zijn. Dat joeg den geplaagde den schrik in het hart, en op een goeden dag had hij een pakje gemaakt van zijne oude kleederen, een paar stevige schoenen met spijkers aangekocht, al zijne boeken in zijns vaders kamer teruggebracht en diens goudbeurs daarvoor in de plaats genomen, en wandelde toen bij maanlicht de poort uit van Parijs, met heel veel moed en heel veel hoop in de ziel — maar zonder te weten of hij ter rechter- of ter linkerzijde zoude gaan. Italië was wel het Kanaan zijner hope, maar tusschen Parijs en Rome lagen nog vele wegen en de beurs van den ouden Heer d'Aubigny was niet heel zwaar. Intusschen liep hij slechts voort, altijd voort, om vooreerst tegen achterhaling veilig te fZijn, en toen hij, bij het aanbreken van den dag, van vermoeidheid dreigde neer te zijgen, rolde hem tergend eene deftige reiskoets voorbij, met vier paarden bespannen, gevolgd door eene tweede, minder sierlijk, maar met hetzelfde wapen geteekend, die echter stilhielden, om de paarden te laten rusten en voederen, want hij bevond zich in een dorp, en eene herberg lag op vijftig schreden afstands. Toen kwam de jonge Frangois op een inval — hij ging daar ook rusten,

Sluiten