Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drinken en een praatje maken met den eenigen bediende die afgestapt was, en verkreeg van hem, ten deele door zijne behendige innemendheid, ten deele door zijn goed voorkomen, hetgeen hij wenschte: de vergunning om naast hem achter op het rijtuig medé te rijden, dat slechts met goederen was bepakt.

,,In de stad zou dat niet gaan — maar op het land en op reis heeft men het zoo nauw niet te nemen, en onze Mevrouw is goedaardig," zeide Jasmin, terwijl hij zijn beschermeling op de hooge plaats hielp.

„Is daar eene Dame in?" vroeg de jongeling, nieuwsgierig naar de mooie koets heenwijzende.

,,Eene beeldschoone, rijke Dame, eene Hertogin, die Prinses is," hernam de lakei, trotsch op zijne gebiedster.

,,De Hertogin van Orleans!" vroeg Frangois, met die verbeeldingsvlucht der jeugd, wie niets te hoog is of te onwaarschijnlijk.

„Wel neen," hernam de andere; ,,is dit dan eene hofkoets? Het is de Hertogin de Bracciano, Prinses Orsini, die uit Frankrijk naar Mijnheer den Hertog terugkeert," — en na eenig stilzwijgen vroeg hij zijn beschermeling:

„Hoever wilt gij meerijden?"

„Zoo ver als het zijn mag."

„Maar wij gaan heel ver," hernam de andere met een glimlach, „en uwe uitrusting schijnt niet te zijn voor eene groote reis."

„Ik wenschte Italië te bereiken, als ik kon!" hernam Frangois met een zucht.

„Gij zijt niet ongelukkig, want wij gaan naar Rome."

„Als ik déar komen kon, was ik gered!" sprak Frangois met vuur.

„Het zal mijne schuld niet zijn, waneer dat niet gebeurt. Maar als wij weer pleisteren, moet gij vriendschap maken met den koetsier, dan kunt gij 's nachts, als wij doorrijden, plaats krijgen bij de pakkaadje."

Sluiten