Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooreen tot een treurigen bouwval, waarvan de edele bouwstoffen, verbrokkeld of vermengd met ruwe aarde, en ontsierd door onkruid, dat zich vasthecht aan de ruïne, tot niets meer dienden dan om de tegenstelling te doen uitkomen; want zóó zoude het zijn: alle deugden en krachten, die hij nog zou redden uit dien orkaan der tochten, zouden niet meer machtig zijn om te steunen en te herstellen, maar slechts om aan te wijzen, wat er verloren ging. Een hartstocht, die Fran^ois d'Aubigny, den jongeling, in wien zich de vorm der antieken met hun geest nog eenmaal scheen te willen hernieuwen, misvormde tot den Sieur Frangois, tot den gedrukten, zwaarmoedigen man, die vader was en geen echtgenoot durfde zijn; wiens dubbelzinnige toestand, wiens valsche verhouding tot de maatschappij, wiens leven van dienstbaarheid en van gezag, van schittering en weelde tusschen vernedering en ontevredenheid met zich zeiven, als eene verpersoonlijking was van de 18de eeuw, en hare verhouding tot het verledene en de toekomst. Beide hadden zich ontworsteld aan een hard gezag, dat hen buigen wilde tot dat, wat ze niet zijn konden: het gezag des vaders en dat van de kerk, dat hen wilde verdrukken in dompige rust. Beide hadden zich bevrijd door volharding en een krachtigen wil, en beide hadden vrijheid en leven gevonden in werkzaamheid, maar beide ook zouden verwoest worden door hartstochten en vertreden door de ondeugd, die zich zegevierend zouden meester maken van hunne beste eigenschappen, totdat beide wellicht zouden opgeschrikt worden door een grooten schok, die hen ontsloeg van de banden der ondeugd, waaruit ze niet meer machtig waren zich op te heffen.

De Meester Bojacci zeide eens op verdrietigen toon tot zijn kweekeling:

PRINSES ORSINI.

13

Sluiten