Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scherpe klachten, die hij naar Lodewijk XIV opzond. Orry was te veel en te openlijk door Mevrouw Orsini ondersteund en vooruitgezet geworden, dan dat men haar onschuldig kon achten aan zijne fouten, schoon het waarschijnlijk is dat hij haar, de vrouw, die toch m t eind met zelve de legermacht kon gaan tellen, ot de magazijnen in oogenschouw nemen, bedrogen had, zoowel als den Franschen staatsman, wien hij valsche bescheiden voorlegde van manschappen, die alleen op het papier bestonden, en van voorzorgen die nooit waren getroffen. Die beschuldigingen van Puysegur, de verontwaardiging van de beide natiën over het verlies van Gibraltar, troffen samen met de uitbarsting, die Orsini, door har© handelwijze tegenover de beide d'Estrées, over zich haalde. De Abtgezant dan, had zich even goed geërgerd aan Orry als Puységur, en wist beter dan deze, wat er omging in het paleis, waar de Prinses heerschte; maar hij had zijne persoonlijke redenen, om liever de Camarera en haren gunsteling d'Aubigny van alles te beschuldigen dan den minister; den laatste zelfs schreef hij meer macht toe, en vooral meer kwaden wil, das er werkelijk bestond. Minder oprecht en minder eerlijk dan zijn broeder, de Kardinaal, trad hij niet terug uit onmacht of uit verdriet, maar hij wilde door sluipmiddelen de andere wegdrijven van hunne plaats. Ondanks de overeenkomst die hij had aangegaan, en welke, tot schande van het Fransche Hof, daar bekend was en goedgekeurd, waagde hij het langzamerhand sommige berichten van weinig belang af te zenden, buiten voorkennis der Camarera; toen dit gelukt scheen, maakte hij eene ernstige en vormelijke depêche op, waarin hij de gansche bitterheid zijner ziel uitstortte, waarin hij alle grieven uitmat, alle misbruiken blootlegde, alle geheime fouten aantoonde,

Sluiten