Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand een aanmerking daarin te lasschen, en van di» daad geen geheim te maken, maar haar te verbreiden met opzet en zonder schroom, als ware het eene gewettigde en geoorloofde handeling, en daarna zonder vreeze te zijn voor het gevolg! Wij herkennen nauwelijks meer de Camarera-Major, of het moest zijn, in de fiere zekerheid van hare ingewortelde macht, van hare onmisbaarheid, die haar hier verblindde. Zelfs al ware niet iedere regel van dat geschrift eene vreeselijke aanklacht geweest tegen haar, door feiten bewezen, zij ware toch verloren geweest, en niet meer te redden door de bescherming van Mevrouw de Maintenon, door de zwakheid en vriendschap der beide Spaansche Monarchen, tegen den toorn des Franschen Konïngs. Toch scheen de storm, die haar hoofd zoude neerbuigen, in het eerst niets dan een tochtje; zij kreeg eene strenge vermaning van wege het Fransche Kabinet — maar niets dan dat, en de Abt d'Estrées daarentegen kreeg, nevens eene strenge bestraffing, zijn ontslag als gezant; zij behaalde dus als eene zegepraal op den vermetelen vijand, maar het was slechts eene krijgslist, om haar eerst te verjagen uit hare sterkte, uit de nabijheid van den Koning. De oorlog was juist geopend. Lodewijk XIV deed zijnen kleinzoon opmerken, hoe het voegzaam ware, dat hij zich plaatste tegenover den Aartshertog, zijn mededinger, XX en in persoon zijn leger ging aanvoeren. Iedere poging, die de Camarera-Major aanwendde, om Filips dien raad te doen veronachtzamen, de eigen wensch zijner traagheid, om dien plicht te ontduiken, alles was vruchteloos: de oude Koning bleef onverzettelijk bij zijne meening, legde haar ten laatste op als een bevel van den grootvader, en de zwakke kleinzoon durfde niet wederstaan, al had hij zijne vorstenwaardigheid ook durven wagen aan den blaam van gebrek aan

Sluiten