Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik moet het weten, ik wil helder zien in deze zaak I Zoo ik nu slechts iemand had, die niet mistrouwd kon worden en die zeker was..Eene wijle bleef zij zitten, de hand aan het voorhoofd, als bezon zij zich op iets; toen stond zij op en ging naar den Sieur toe; het meeste, wat zij gesproken had, was meer geweest voor zich zelve, een luchtgeven van een al te vervulde ziel, dan bepaald als inlichting gericht tegen hem; nu sprak zij hem aan; na die korte ontboezeming scheen zij zich reeds weder genoeg gevat te hebben, om zich zelve te zijn. Nu wendde zij zich rechtstreeks tot hem, met een vast besluit in den blik.

„Die man, van wien gij straks spraakt, die Sainbertót... Ik heb gemeend te begrijpen, dat hij iets zou kunnen ondernemen ter wille van zijn hartstocht?"

„Alles, Mevrouw! wat niet strijdt met een strikt eergevoel en een teeder geweten, zoo ik hem wel heb doorgrond."

„Zie nu, gij beschuldigt mij wellicht van onbestendigheid, van wisselzin, maar ik begin te zijner gunst te neigen; ik zeg niet, dat ik Chaiais opgeef... maar ik wil uw Graaf zien, ik wil onderzoeken, of hij de man is, dien ik mij voorstel — ik wil weten, waartoe een aanstaande schoonzoon mij nuttig zou kunnen zijn. Ziet gij, ik ben rond; ik ontveins niet dat ik een dienst van hem wacht, en dat die dienst beloond zou kunnen worden met het toegeven aan uw en zijn verlangen."

„Wat dus mijn wensch voor Diana's geluk niet vermocht, werkt uw persoonlijk belang?"

„Dat zal mij kunnen overhalen, om een voornemen op te geven; maar gij moet niet vergeten, dat ik Diana's toekomst ten minste even goed zoude toevertrouwen aan mijn neef, als aan uw beschermeling

Sluiten