is toegevoegd aan uw favorieten.

De Prinses Orsini

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemding zeker groot zijn, dat ik, ondanks mijn rang, door zulk een bemiddelaar en langs dezen weg bij de Gamarera-Major van het paleis Medina word ten gehoore geroepen."

„Gij zijt fier, Mijnheer de Graaf! maar ik mag dat in een jong Edelman! De fierheid behoedt voor menige ondeugd; dan zeker heeft mijn vertrouwde, die u hierheen geleidde, u verdere ophelderingen gegeven?"

„Die geestelijke zou uw vertrouwde niet zijn, Mevrouw de Prinses L zoo hij zich aan zulk een plichtverzuim kon schuldig maken, zelfs al had ik de zwakheid gehad hem te ondervragen."

„Gij hebt hem dus zijne trouw niet moeilijk gemaakt," hernam Orsini met een glimlach en met een verhelderd gelaat. „Maar gij vergeeft mij mijne vragen op dit punt; ik wenschte boven alles te weten, of ik in u een schrander en voorzichtig jonkman te zien heb. Neem een stoel: ons onderhoud kan niet kort zijn; wij hebben veel af te spreken, en wij moeten elkander leeren kennen; dat gaat niet in weinige oogenblikken.'' Toen de Graaf gehoorzaamd had, begon zij met eene, soort van gulle gemeenzaamheid:

„Het is zonderling, dat ik, die u eene vreemde ben, tweemaal word geroepen ter beslissing in de zaken van uw hart... dat ik voor de tweede maal invloed zal oefenen op uwe liefde; den eersten keer zeker niet te uwen voordeele, ditmaal, zoo ik hope, met meerdere goede uitkomst. Den eersten keer ook .

Doch de Sainbertöt viel ras in met eene mengeling van verlegenheid en bitterheid:

„o! Ik smeek u, Mevrouw! u dit nu niet te herinneren, en ik ... ik heb noodig te vergeten ..."

„Toch is die herinnering noodig; zeker niet voor u, als gij in de vrouw, die over de hand van een jong meisje beschikken zal, de strenge beoordeelaarster