Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijnheer den Graaf de Chêlais, mijn neef, die haar niet kent; maar dien ik had gekozen, voordat ik van uwe wenschen was ingelicht. Gij zoudt Diana huwen uit liefde - maar toch zal het u niet onverschillig zijn te weten, dat Mijnheer Frangois zeer rijk is, en dat ik bij mijn afsterven haar een deel zal geven van mijne bezittingen in Frankrijk, en zooveel van mijn vermogen als ik kan afstaan, zonder mijnen neven onrecht te doen. Wat mijn invloed zoude kunnen uitwerken voor haar echtgenoot, zoo die, hetzij hier, of in Frankrijk, of elders aanspraak maakte op rang of werkzaamheid, zal ik u niet opnoemen, daar ik in u weinig eerzucht onderstellen moet; of zou ik mij bedrogen hebben?"

„Mevrouw de Prinses heeft gelijk! doch mag ik hopen, dat de optelling van de voordeelen dezer verbintenis leiden zal tot eene toestemming ...?"

„Zij dient om u, zoo het zijn kan, nog meerder lust te geven, die te verkrijgen; zij dient, om u zooveel mogelijk te doen inzien, dat gij niets zoudt opofferen „ opdat gij des te meer bereid zoudt zijn eenig offer te brengen..

„Welk offer is er noodig, Mevrouw?"

„Dat van uwe onafhankelijkheid voor een korten tijd; gij moet u in mijn dienst begeven."

„Mevrouw..

„Ja, Graaf! om oprecht te zijn, ik had mijn neef de Chaiais de hand van het meisje geschonken om niet — ü wil ik die laten verdienen; gij staat mij niet zoo na als hij; gij verdringt in mijn gevoel een bloedverwant, wien ik eene goede partij had toegedacht; gij begrijpt..."

„Dat ik uwe genegenheid winnen moet, dat is niet meer dan billijk, en wie ware ik, zoo ik niet daartoe bereid was, schoon ik erkennen moet, dat ik niet zonder zwakheid ben op het punt mijner vrijheid, en niet

Sluiten