Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Major; toen. ten laatste de zonderlinge man in zijn gewoon zwaarmoedig gepeins verviel, zonder iets te antwoorden, begon ook de Sainbertöt tot nadenken te komen, en moest bekennen, dat hij onder het kalme navertellen van hetgeen hem wedervaren was, zich verwonderen moest, hoe gemakkelijk en door welke eenvoudige woorden hij in korten tijd gebracht was geworden, datgene te doen, waartoe hij vooruit bedacht, zou gezworen hebben, nooit te zullen overgaan. Was die vrouw zoo behendig geweest, en hij zoo onnoozel? Of was het alleen zijne liefde geweest en hare bereidwilligheid, om die te dienen, welke hem hadden overgehaald? Hij wist het zelf niet meer; maar hij wist wel, dat die vrouw een middel had geweten» om hem niets te doen weigeren; dat hij beloofd had, en dat er hem alles aan gelegen was te volbrengen. Desgelijks ook scheen de uitkomst te zijn van hetgeen de Sieur Frangois had overpeinsd, want hij zeide, toen hij zich ophief:

„Hoe het zij, Graaf! gij kunt thans niet meer terug; gij moet dit zelfs niet! De oprechtheid der Prinses Orsini zal hier, als altijd, het best te beoordeelen zijn aan het einde. Twee waarborgen er voor onderscheide ik echter. Zij heeft u de waarheid gezegd: de dienst, dien zij van u vergt, heeft zij werkelijk noodig, en zij heeft u een harer geheimen medegedeeld, een geheim, dat haar om meer dan één© reden, dierbaar en gewichtig is; dat zoude zij niet hebben gedaan, zoo zij voorgenomen had u teleur te stellen. Als zij uwe vriendin wil zijn, zal zij het niet ten halve wezen; hare welwillendheid is overvloedig mild in bewijzen; gij en Diana kunt hare weldaden aannemen zondert schroom; daarom dien haar met ijver en met trouw, schoon met omzichtigheid, en, zooveel het zijn kan, met opene oogen."

Sluiten