Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder gescheiden in verbittering en ergernis, en tusschen schaarsche oogenblikken van samenstemming en genot, hadden zij vele andere gevonden van smart en teleurstelling. Hieraan dacht hij nu met ernst, en tegelijk was er als eene geheime stem binnen in hem, die hem zeide, dat de Prinses Orsini niet waar konde zijn bij wat zij daar had gezegd, zelfs al bedoelde zij geene onoprechtheid tegenover hem; dat het zelfmisleiding was, die daarin sprak, en de dwaling van een oogenblik van moedeloozen onlust, en dat welhaast hare waarachtige natuur spreken soude; en zou hij dan die opwelling der mismoedigheid aangrijpen, om weder op nieuw haar leven vast te hechten aan het zijne — om weder op nieuw voor hoe kort mocht het zijn, door te staan, wat hij reeds kende; — zoude hij daarvoor die rust opgeven, met zooveel moeite herwonnen; — zoude hij zooveel gestreden hebben, om nog weder tot die uitkomst te komen; zoude hij zooveel zielssterkte hebben aangewonnen met zooveel inspanning, om nog weder te eindigen met zulk eene zwakheid? „Neen!" sprak hij bijna halfluid, terwijl hij zich met een diepen zucht ophief uit zijn zelfstrijd. Toen was hij zich genoeg meester om te antwoorden: „Gij stelt dit alles zeer hoog, Mevrouw! en gij weet, dat ook ik mijne eischen heb."

De Prinses Orsini begreep hem volkomen; zij begreep, dat, zoo hij nog genoeg liefde voor haar gevoelde, om te kunnen vergeven, hij niet meer genoeg had, om toegeeflijk te zijn, en allerminst genoeg, om afstand te doen van vroegere voorwaarden van hereeniging; zij begreep, dat hij waarheid had gesproken, toen hij tot haar had gezegd, dat de hartstocht gestorven was in hem, en zoo het haar innerlijk krenkte, schokte wellicht, zij had de kracht, om geenerlei aandoening te verraden — schoon zij zich liet wegsleepen

Sluiten