Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij, zelfs met de geheime bewustheid in zich, dat Elisabeth tegen haar bevooroordeeld was, nog op hare dankbaarheid rekende — en vooral niet had opgegeven, haar voor zich te winnen. Het is waar, de Koningin kon niet weten, dat Orsini haar den nieuwen troon had willen ontnemen; maar zij moest weten, dat niemand dan zij haar daarop had geplaatst. Het is waar, dat de Koningin haar gemaal niet kende; maar het was haar bekend, dat Orsini zijn gansche vertrouwen bezat, en zooveel van zijn hart, als hij geven kon; de Koningin wist niet, welk deel van macht haar zoude te beurt vallen in het Koningrijk van Spanje, maar zij wist wel, dat Orsini het aireede regeerde, en de Prinses overwoog, dat, zoo dit geene titels waren, om van haar bemind te zijn, het er zeker moesten wezen, om door haar te worden ontzien en geacht. Bij die overwegingen had zij geene onrust meer, nauwelijks meer de vorige spijt. En het was met eene soort van welgevallen, dat zij voordacht over hare verdere verrichtingen. Bij hare aankomst te Jadraque hoorde zij, dat de Koningin reeds déér was; dat maakte zooveel te meer gemakkelijk, wat zij had voorgenomen. Zij stelde zich voor, den avond door te brengen — zij alleen, met de jonge Koningin; deze de voorstelling te geven van al den glans en al de hoogheid, waartoe zij haar had opgeheven, en dus de dankbaarheid voor zoo opgehoopt een geluk in te enten in hare ziel, als deze zulk eene gewaarwording niet reeds had gevat; en den volgenden dag zou zij het zijn, die haar vergezellen zoude in hare koets, en die haar als bij de hand voortleiden zoude tot den Koning, als een geschenk dat zij hem gaf; zoo zoude zij staan tusschen de echtgenooten, de derde bij hun eerste samenzijn, ook dien eersten indruk leiden, en terstond aan hun toon tegen elkander, aan hunne houding wederzijdsch,

Sluiten