Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijgingen, die de Koningin uitsprak; maar de toorn der laatste steeg tot woede, en onder scherpe dreigingen riep zij: „dat men die zottin voor hare oogen zoude wegzenden." Hetzij de uiterste ontzetting Orsini aan de plek boeide, hetzij ze niet besluiten kon, zóó heen te gaan uit een vertrek, waar zij als zegepralend was binnengekomen; zij aarzelde een oogenblik te gaan, en gaf dus een hunner, die de laagheid had het bevel der Koningin uit te voeren, de gelegenheid, om haar als met geweld voort te drijven van de plaats.

Zij was nauwelijks van daar, of de Koningin deed Amenaga roepen, den Officier, die het bevel voerde over de afdeeling der lijfwacht, welke haar begeleidde, en den stalmeester van hare equipaadjes, en toen ook toonde zij, dat zij niet enkel was, wat zij Mevrouw Orsini moet geschenen hebben: een dolzinnig en verstandeloos wezen, dat, toegevende aan eene opvatting, in blinden overmoed voortholde, zonder omzien of nadenken over de gevolgen van haar radeloos beginnen: de verguizing en beschimping eener vrouw, die bijna zoo hoog in aanzien stond, als zij zelve, en die zeker boven haar was in macht; maar zij toonde zich eene zelfstandige en welberadene Vorstin, die handelde met volkomene kennis van wat zij deed, en die vooruit zeker was van den uitslag harer handelingen.

Nadat zij den stalmeester had bevolen, eene koets met zes paarden gereed te houden, om op het eerste bevel af te rijden naar Burgos en Ëayonne, wendde zij zich tot Amenaga: „Seftorl gij zult de Prinses Orsini in hechtenis nemen, haar bewaken, en niet verlaten, voordat zij in die koets is gestegen, vergezeld van twee Officieren der lijfwacht, die te vertrouwen zijn; die koets moet bewaakt worden door vijtien soldaten van de lijfwacht, en twee of drie voetknechten tot verzekering medevoeren. En gij zult te zorgen heb-

Sluiten