Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij had haar eigen, verblijf nog niet bereikt, toen reeds Amenaga met zijn scherpen last voor haar stond, en tegelijk eischte, dat zij op hetzelfde oogenblik volgen zoude naar de wachtende reiskoets.')

Dit scheen haar te wreed, te vreeselijk, te onmogelijk; zij verzocht eenen der omringenden, naar de Koningin terug te gaan, en nadere opheldering te vragen van deze bevelen. Het eenige gevolg van dezen stap was: het verhaasten van hare afreis; de Koningin had zich vertoornd, dat zij nog niet was gehoorzaamd.

Om zeven ure des avonds dan, onder eene scherpe koude, terwijl eene ijskorst den slechten weg verhardde, en eene geweldige sneeuwjacht de guurheid van het weder nog aanschouwelijker maakte, zagen de verwonderde inwoners van de kleine stad Jadraque eene koets hunne poort uitrijden, met al de snelheid, waarmede zes voortgezweepte paarden die in beweging konden brengen; zij zagen die koets, begeleid door gewapende lijfwachten te paard; en zij begrepen niet, wie van het Hof daar nog zoo laat in den avond wegrende en onder zulk bar weder.

En binnen in die koets zat de gevallene van een troon, de vrouw, die den vorigen dag nog in Spanje regeerde, en die met Lodewijk XIV onderhandelde als van macht tot macht; zij zat daar, met twee Officieren van de lijfwacht tegenover haar, als gevangenbewakers, lieden, die zij gisteren nog alleen staande in hare tegenwoordigheid zoude heben geduld, en met geen ander gezelschap of hulpe, dan de eenige kamerjuffer, die met haar was bij hare gevangenneming.

l) Op het dringend verlangen van den Spaanschen officier om een schriftelijk bevel van hare hand, had de Koningin dit geschreven in allerijl, op hare knieën bij wijze van lessenaar.

Sluiten