Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

offer van een paar kleedingstukken is eene proef, die men nog wel wagen kan."

,,Die Dame kan niet anders dan zich vereerd gevoelen ..begon Fathmé; dan de Prinses trok de wenkbrauwen samen, en wierp haar een blik toe, die het zwijgen gebood, en die haar vertrekken deed.

De Ridder de Morcé, een jong Franschman, die zeer veel te danken had aan Mevrouw Orsini, nam volgaarne den last op zich, dien zij hem gaf, om nog dien eigen dag naar Bayonne af te reizen, en van harentwege eene mondelinge groete te brengen, aan de Koningin-Weduwe van Karei II, Maria van Neuburg, die daar woonde — en die bijna zonder invloed was; — maar de Prinses Orsini verzuimde niet één plicht der welvoegelijkheid, en zij greep angstvallig naar iedere hand, die haar bijstaan konde in hare wederoprichting: zoozeer geloofde zij daaraan nóg; zoo weinig kon zij nog den moed verloren geven.

Toen zij alleen bleef na het korte bezoek van den Ridder de Morcé, voelde zij zich zoo alleen, als zij het nog niet was geweest. Zij had de belangrijke bezigheden afgedaan, die geheel hare aandacht hadden afgeleid van haar toestand, zelfs terwijl zij dien toestand schetste en uiteenzette. Nu zat zij neder in gedwongene ledigheid, in gedwongene rust, zonder eenige verstrooiing, en de bitterheid harer gedachten drukte zich uit door woorden, halfluid tot zich zelve gesproken.

„De Koning heeft mij vergeten! ik had het van zijne onnoozelheid kunnen wachten en van zijne kinderachtige eigenbaat, die ruste zoekt tot eiken prijs. En toch had ik er niet op gerekend, want ik dacht aan zijn hart, en ik heb dit voor het minst niet van hem verdiend. Dat al de anderen mij verlaten hebben, is zeer natuurlijk; zij zijn allen hovelingen, en ik kan niets meer voor hen zijn; op zoo iets was ik voorbe-

Sluiten