Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezien, dan Mijnheer de Maarschalk dc Villeroi, dien ik niet weren kon, daar hij in het vertrouwen was, en bovendien, gij weet, hoe hij zich door niets Iaat terugzetten. Maar zeker Mevrouw! al hadt gij die afzondering niet van mij geëischt, en al ware zij mij nog meer moeielijk gevallen in de uitvoering, ik had dit kind niet in de wereld kunnen brengen; ik wil niet zeggen, dat zij geen toon heeft en geene manieren; maar zij is van eene oprechtheid, van eene eenvoudigheid, die... dan gij hebt er eene proeve van gezien, en verbeeld u, zij had dezen uitval tegen de Maarschalk," — en zij fluisterde haar iets in het oor, dat de Prinses zeer scheen te vermaken, want zij lachte met ongemaakte vroolijkheid.

„En wie is de man, met wien zij al dezen tijd zoo vertrouwelijk heeft voortgepraat alsof hij haar broeder ware?"

„Dat is ... Gij weet wel... de booswicht, die haar heeft geschaakt... en dien Mijnheer de Maarschalk ons nu weêr tot geleider heeft gegeven op deze reis; een zijner Adjudanten, een jong mensch van goeden huize, maar voor het overige zonder beteekenis; ik zal hem aan u voorstellen."

Toen dat geschiedt was, zeide de Prinses tot hare nicht: „Ik moet mij nog een weinig met mijne Diana bezig houden; ik weet niet, hoe korte oogenblikken nog de mijne zijn," en zij nam hare dochter met zich, en zij scheen niet uitgeput van haar vragen te doen, hare antwoorden uit te lokken, en nooit verzadigd haar aan te hooren. De naïviteit van dit meisje, die toch geen onnoozelheid was, moest wel iets aantrekkelijks hebben en iets opwekkends voor de vrouw, die geheel kunst was; maar bij het einde van dit gesprek, dat zeer lang duurde, was zij genoodzaakt, der Gravin van Egmond gelijk te geven, en des Sieur's woord

Sluiten