Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij met onwil het hoofd afwendde van de Sainbertót.

„Gij vraagt dit nog na de schaking van Diana, nadat gi] mij mijn kind hebt ontnomen, om het in te leiden God weet in welke wereld! in welk..."

„Maar, Mijnheer d'Aubigny! deze beschuldiging is allervreemdst! Na de ophelderingen, die ik u gegeven heb, moet gij mijne handelwijze hebben goedgekeurd en moest gij gerustgesteld zijn..."

„Ophelderingen! die heb ik niet ontvangen; geruststelling! wie heeft ze mij gegeven, die van Velöa naar Madrid, van Madrid naar Jadraque, van Jadraque naar hier ben voortgejaagd geworden, met dezelfde onrust in de borst; met dezelfde smart in de ziel! Gij hebt mij immers geen enkel woord gezegd bij ons afscheid..."

,,Ik beken het, dat was eene zwakheid van mij, u toen te verbergen... doch vergeef, ik heb een onoverwinnelijken afkeer van geweldige tooneelen, en ik zie nu, hoezeer ik reden had, uwe heftigheid te vreezen. Daarom wilde ik u eerst terughouden, totdat alles voorbij zoude zijn; en toen gij niet af te brengen waart van die terugreis naar Frankrijk, schreef ik u en op eene wijze, die u op alle punten had moeten tevreden stellen... die brief moet u zijn toegekomen te Burgos — de beambte der posterijen had de duidelijkste bevelen; gij waart hem aangewezen onder uwe beide adressen; er kan geen misverstand hebben plaats gehad."

„Burgos! Burgos! ik heb Burgos niet bereikt; te Velöa ontmoette ik reeds Jeróme, die mij ontzetten kwam met de mare van Diana's roof — waarbij de naam van den Maarschalk Villeroi was gebruikt geworden; de Maarschalk Villeroi, uw vriend! alles scheen mij helder — ik beschuldigde u - ik begin te hopen ten onrechte — maar ik reisde terug, om eene

Sluiten