Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven hun krachten gaan of slechts strekken om de pleegouders voordeel aan te brengen, zonder dat de kinderen daarbij iets leeren, zooals veehoeden, voeder zoeken enz., volgt hierop boete en verplaatsing."

Het geval te Nisse, waar een bijna 12 jarige jongen 's zomers f2.50 verdient als hij geregeld werkt en 's winters de school bezoekt, kan hier als bewijs dienen dat schoolverzuim zelfs door besturen gekend en — toegestaan wordt.

Een absoluut verbod van loontrekkenden arbeid gedurende de schooljaren zou zeker in de allereerste plaats noodig wezen; exploitatie op dien jeugdigen leeftijd reeds werd daardoor ten minste beperkt.

— Na de schooljaren blijft hiertoe nog ruimschoots gelegenheid. —

Zoo zijn we genaderd tot de opleiding d.w.z. tot den leeftijd waarop de vak-opleiding een aanvang zou moeten nemen. Men verwachte niet dat we hier zullen aanwijzen de talrijke besturen die toonen hun plicht en belang goed te begrijpen ; wij wilden slechts geven enkele bizonderheden. In het algemeen wordt een geregelde, stelselmatige vakopleiding doorgevoerd tot het 16e, 18e, soms 20e jaar. Voor de jongens althans.

Want hier treft al dadelijk een kenmerkend verschil in de opleiding der sexen. Wordt in de gunstigste gevallen den jongens een vrije keus gelaten, die zich tot verschillende beroepen uitstrekken kan, de meisjes, zoo luiden nagenoeg alle inlichtingen, worden dienstbode. Enkelen, te zwak voor dit beroep geacht, worden naaister, zéér enkele anderen in gunstiger financiëele conditie, opgeleid voor het onderwijs. Het beroep van dienstbode schijnt dus wel het meest uitverkorene te zijn, althans voor de besturen.

Waaraan juist die voorliefde is toe te schrijven ? Zeker niet aan de voordeelen uit financieel of maatschappelijk oogpunt die het dienstbode-zijn oplevert. Heeft men zich wel eens rekenschap gegeven van de buitengewoon ongunstige sociale verhoudingen waarin deze categorie vroiaven geplaatst is; vooral bij overgang van het platteland naar de groote steden doet zich een zeer ongunstige invloed kennen, die niet nalaat in sommige statistieken onrustbarende cijfers teweeg te brengen.

Sluiten