Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CHRISTELIJK KERKJAAR.

Wanneer een Evangelisch Christen uit ons midden zich in of tegen December in het naburig Duitschland bevinden mocht, en den vierden Zondag vóór het heerlijk Kerstfeest met de gemeente naar het huis des Heeren zal opgaan, duizend tegen één, dat hij schier overal eene Leerrede over dezelfde tekstwoorden hooren zou. „Verheug u zeer, Bij dochter Sion, want zie, uw Koning komt tot u," zoo zou hij zich en zijnen medegeloovigen op opgewekten toon hooren toeroepen. Het Evangelisch verhaal van 's Heeren intocht in Jeruzalem zou hij voor zich zien opgeslagen, zonder dat zich iemand verwonderde; kwam hij een volgend jaar op denzelfden Zondag terug, hij zou meer dan waarschijnlijk — wij willen niet zeggen dezelfde preek, maar toch dezelfde tekstwoorden treffen, en indien hij aan zijn nevenman vroeg: van waar juist heden die toon, hij zou ongetwijfeld ten antwoord ontvangen, indien hij het niet reeds uit des predikers mond had verstaan: weet gij dan niet, dat het heden de eerste Advent is, waarop sinds onheuchehjke tijden het Christelijk Kerkjaar geopend wordt?

Het Christelijk Kerkjaar; dat woord is voor vele, met name voor Nederlandsch-Hervormde ooren zoo goed als een ïjdele klank. Het burgerlijk jaar, zij kennen het, gelijk het lederen

Sluiten