is toegevoegd aan uw favorieten.

Het christelijk kerkjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerstdag is, behalve in de Roomsche, nog in een deel d Lutbersche kerk in eere gebleven; de tweede wordt voortdurend door Christenen van alle kerken gevierd, schoon ongeloof en onverschilligheid hier en daar het ook op zijne afschaffing aangelegd heeft. Reeds vroegtijdig werd hij tegelijk tot gedenkdag van Stephanus, den eersten Christenmartelaar, afgezonderd, en zeker, er lag een diepe zin in het denkbeeld: de dood des Christens zijne hoogste wedergeboorte, door de geboorte van Gods Zoon in het vleewh Toch zijn wij zeker de éenigen niet, die ons verblijden, da wij op den tweeden feestdag niet over Stephanus, op den derden niet over Jo hannes den Evangelist moeten spreken en hooren, gelij* nog hier en daar gebruikelijk is. I„ de Kerstdagen is de Christen nergens liever, dan in het gezelschap van Jozef en Maria, met de Engelen en de herders van Bethlehem. Passend voert het Evange i van dien tweeden dag, Luk. 2: 16-20, ons nog eenmaa terug in dien kring, en roept ons met allen, die Gods onuitsprekelijke gave kennen en schatten, tot een verlangend zoeken, een zalig vinden, een ernstig herdeden een Godverheerlijkend scheiden. Wanneer zouden wij het liever dan nu de laatste kerkklokstoonen van bet wegstervend feest ons te gelijk reeds benenwijzen naar het naderend einde des jaars ? „De wieg des Verlossers bij 't gra van den tijd " 1) wel mocht iemand ergens verklaren, dat het Kerstfeest een deel van zijn aantrekkingskracht voor den Christen daaraan ontleent, dat het terugkeert, zoo dicht by

den Oudejaarsavond!

Toch valt er gewoonlijk tusschen deze beiden nog een Zondag, de laatste van het burgerlijk jaar, die juist door zijne eigenaardige plaats in het kerkelijke verhoogde ieteekenis en wijding ontvangt. Hoe is het mogelijk, dat er predikers en toehoorders zyn kunnen, die reeds zoo spoe-

1) W i t U u y s.