Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide voor overdenking en prediking, waarbij het niet moeielijk is, bij eenig in acht nemen der historische volgorde, gedurig hooger te klimmen. Kennelijk ligt ook dit denkbeeld ten grondslag bij de keus en rangschikking der oude Kerkteksten voor déze Zondagen-reeks, die grootendeels eene zeer gelukkige keus mag heeten. Achtereenvo gens herdacht men, op den éersten Epiphaniën-Zondag, hoe Gods menschgeworden Zoon openbaar werd in den tempel (Luk. 2: 40—52), en nu, de volgende weken, hoe da zelfde plaats had en heeft in den huiselijken kring (Joh. 2: 1—11); te midden van de ellende der wereld (Matth. 8:

1 13) ; in de onstuimige natuur (Matth. 8: 23—27); m

het zich ontwikkelend Godsrijk (Matth. 13 : 24 30), in het licht eindelijk eener hoogere wereld (Matth. 17: 1—«)• „Gij zult grootere dingen zien dan deze" — dat is en blijft hier als van schrede tot schrede de leus, tot van lieverlede het punt wordt genaderd, waar zich de eigenlijk gezegde Lijdensweg voor Jezus' schreden en onze oogen ontsluit. Een heerlijke tijd alzoo om het historisch Christusbeeld in zijne onvergankelijke schoonheid en reinheid als in hooger glans voor het oog van den geest te doen rijzen. Overigens spreekt het van zelf, dat het aantal dezer Epiphaniën-Zondagen telkens verschilt, naarmate het Paaschfeest vroeger of later terugkeert, en dus ook de weken zijner voorbereiding reeds vroeger eenen aanvang nemen. Ten hoogste kunnen de E piph aniën-Zondagen tot een heilig zevental klimmen; enkele malen blijven zij tot een twee- of drietal beperkt, indien dat jaar reeds vroegtijdig de wekstem gehoord wordt: „ziet, wij gaan opbaar Jeruzalem, waar de Zoon des menschen zal lijden." Kort o lang echter, de Epiphaniën-tijd is in het Kerkelijk jaar een waardig besluit van de Kerstvreugde, die door de vier Adventsweken bij vernieuwing voorbereid was, en waar de eerste Feestcirkel zich alzoo als een welgesloten geheel, ot

liever nog als een innerlijk harmonisch deel van een groo-

2

Sluiten