Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sel bij de vorige hoogtijden ; voor den geloovige de kroon op al de feesten, die de Godsgemeente op aarde viert, ja, welbegrepen, een eeuwig feest, al duurde het oorspronkelijk bij Israël ook slechts een enkelen dag; want kwam Gods Zoon in het vleesch om straks weer heen te gaan van de aarde, de Trooster kwam op zijn gebed om eeuwig bij de zijnen te blijven. Dat voelde de kerk, waar zij sinds zoovele eeuwen dezen feestdag, het feest der eerstelingen, zonder vasten en met gemeenschappelijke godsdienstoefening vierde; dat sprak zij uit in die heerlijke hvinme, „Veni, Creator Spiritus," sinds den tijd van Karei de Groote, niet enkel op het Pinksterfeest, maar bij zoo menig plechtige gelegenheid aangeheven.

„Daal, Geest des Vaders, van den Zoon Op duivenwiekea uit zijn troon,

Ontsluit ons hart uw woord en wet,

Beziel ons loflied en gebed!

Vloei als een vruchtbre regenstroom Op onze harten, mat en loom;

Schenk ons de groei- en levenskracht,

Die 't smeekeud oog van U verwacht.

Dan groeit weer alles; ja dan spruit Verdorde gras- en veldscheut uit,

£n ieder opgesloten bloem Praalt in ons, uw gena ten roem.

Gelijk weleer d'Apostelschaar In biddend uitzien met elkaar Verbeidde d' eersten Pinksterdag,

Tot dat hun oog uw heillicht zag;

Zoo slaan wij d'oogen hemelwaart,

En bidden dat g' U openbaart,

Ons uit genade uw heillicht schenkt,

En 't hart niet levenswaatren drenkt.

Baal, Geest des Vaders, van den Zoon Op duivenwiekea uit zijn troon,

Zij van uw gloed ons hart vervuld,

Delg uit al onze smet en schuld." 1)

1) Vertaling van Mr. H. J. Koenen.

Sluiten