Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeu om te maken, dat zij zich aan ons verwant, dat zij zich onze broeders bljjven gevoelen.

Zooals gij ziet, is het Nederland, waarvoor het A. N. ^ • uwe belangstelling vraagt geen klein landje in uitgestrektheid en zielental, geen landje dat voor zich maar een bescheiden plaatsje behoeft te eischen in het kapittel der beschaafde volken. Zóó beschouwt is het een groot Nederland, dat slechts eene eenheid behoeft te vormen om zich den naam van Groot-Nederland waardig te maken.

Wat nu echter zal de eenheidsband zijn, wat het kenteeken, waaraan men de burgers van Groot-Nederland herkent?Het A. N.V. vat al die burgers samen onder den algemeenen naam van „Nederlandsclien Stam". Bij dien nu eenmaal in de Statuten vastgelegden naam hebben wij ons neer te leggen en over woorden villen wij liever niet twisten. Toch kan ik niet ontveinzen, dat die naam mij nooit zeer gelukkig is voorgekomen en óf met de algemeen heerschende beteekenis van het woord stam, op een volk toegepast, óf met de waarheid in strijd is. Stamverwanten in den waren zin des woords zijn de burgers van Groot-Nederland niet. Zelfs de bewoners van Amsterdam zijn dat niet, zelfs niet wij, die hier op het oogenblik bijeen zijn. Ik zie daar vóór mij allerlei typen: de goudblonde zit hier naast de pikzwarte; bruine oogen zijn hier op mij gericht evengoed als blauwe. En dat zijn geene toevallige verscheidenheden, maar wel degelijk de bewijzen van verschillende afstamming. De een heeft Germaansch, de ander Keltisch bloed in de aderen of heeft Romanen of Israëlieten, misschien ook wel Javanen, tot voorouders. Geheel onvermengd bloed zullen wel slechts weinigen hebben, maar dat maakt het nog moeielijker van een Nederlandschen Stam te spreken. Wat is het dan wat ons verbindt? Van gemeenschappelijken godsdienst kan geen sprake zijn. Hier te lande vindt men als van ouds in onze Republiek vertegenwoordigers van allerlei godsdiensten, in Zuid-Nederland zijn de Katholieken ver in de meerderheid, in Zuid-Afrika de Calvinistische Protestanten. Het A. N. V. kan daarom en wil dan ook niet letten op godsdienst, evenmin als het let op staatkundige overtuiging. Zou dan de eenheid misschien gelegen zijn in eene gemeenschappelijke geschiedenis ? Maar hoe kort zijn telkens de perioden geweest, waarin de geschiedenis van Zuid-Nederland ook die van Noord-Nederland was, en wanneer Zuid-Afrika eene werkelijke geschiedenis krijgt, gaat die bijna geheel buiten het moederland om. Gelijkheid van zeden dan? Maar is die mogelijk bij een zoo verschillend verleden van handelaars en zeevaarders, landbouwers en fabrikanten, mijnwerkers en ossendrijvers, struiskweekers en leeuwenjagers?

Slechts één band is er, die alle burgers van Groot-Nederland verbindt en waardoor zij zich van alle vreemdelingen onderscheiden: de Nederlandsche taal, die zij allen spreken en waardoor zij allen elkaar verstaan En daar in de taal het innigst volksgevoel zich uit, is zij niet slechts het uiterlijk kenteeken hunner eenheid, maar ook het middel om zich inniger bij elkaar aan te sluiten, om meei één te worden, dan zij het nog zijn. Met recht is dan ook altijd

Sluiten