is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat wil het Algemeen Nederlandsch Verbond?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door liet A. N. V. op die Nederlandsche taal de meeste nadruk gelegd. Vandaar ook, dat er door liet Verbond reeds veel is gedaan voor het zuiver houden of zuiveren van de taal van bastaardwoorden of barbarismen. Zelfs krijgt men wel eens den indruk, alsof verscheidene leden van het Verbond dat als de voornaamste taak van het Verbond beschouwen, wat dan weer door anderen, ook buiten het Verbond, als schromelijke overdrijving wordt afgekeurd. Zeker is een overmatig gebruik van vreemde woorden ongewenscht, en wanneer er nieuwe in onze taal trachten binnen te dringen, moet men zich, vóór zij er burgerrecht verkregen hebben, vooraf wel goed rekenschap geven, of zij er noodig of overbodig zijn, terwijl verbanning van alle bastaardwoorden alleen tot taalverarming zou kunnen leiden. Laat ieder lid van het Verbond trachten zelf zoo zuiver Nederlandsch te schrijven als hem mogelijk is, maar niet tevens voor anderen zoeken uit te maken, wat nog als zuiver Nederlandsch kan beschouwd worden en wat niet. Dat is een uiterst moeielijk vraagstuk, waarover zelfs taalbeoefenaars het nog lang niet eens met elkaar zijn. Matigen leeken zich daarover nu een al te beslist oordeel aan, dan zetten zij de deur open voor een eindeloozen twist over kleinigheden, die menigeen van liet A. N. V. afkeerig zou kunnen maken.

Vrij wat belangrijker strijd dan over bastaardwoorden heeft het Verbond te voeren in het belang van de Nederlandsche taal, een strijd, die veel meer buiten de grenzen van ons vaderland gestreden wordt, dan daar binnen. Wij voor ons kunnen tevreden zijn. Aan het Hof en in de aanzienlijke kringen wordt tegenwoordig niet meer Fransch gesproken, dan voor het onderhouden der diplomatieke betrekkingen noodig is. Wij danken dat boven alles aan het helder inzicht der Koningin-Moeder, wier dochter het door haar gegeven voorbeeld is blijven volgen. Van zelf en geleidelijk zullen daarmee ook wel de vreemde winkelopschriften in Den Haag en elders verdwijnen. Hier zijn wij op den goeden weg. Deze sneeuwbal zal wel in omvang toenemen naarmate hij verder rolt. Ook kunnen wij er ons in verheugen, dat — dank zij het verbeterd onderwijs — ook in het kleine Zuidhoekje van ons land — Maastricht en omstreken — liet Fransch als spreektaal der beschaafde kringen meer en meer wjjkt voor het Nederlandsch.

Anders echter is het buiten onze grenzen. In Zuid-Nederland, waar drie millioen menschen wonen, die geen Fransch kunnen spreken, tracht een groot deel der beschaafden nog altijd in Vlaanderen, Brabant en Limburg het Fransch als hoogere omgangstaal te handhaven, ofschoon daarnaast het Nederlandsch nu ten slotte dezelfde rechten heeft verkregen als regeeringstaal. Het zou ons nu veel te lang ophouden, indien wij ook maar een oppervlakkig overzicht trachtten te geven van hetgeen er sinds omstreeks liet midden der negentiende eeuw in Zuid-Nederland gedaan is, om daar — naast de volksdialecten — eene algemeene Nederlandsche taal te doen heersclien als de eigenlijke taal der beschaving, en 0111 ook de lagere bevolking aandeel te doen krijgen aan die be-