Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezond, wilskrachtig gelaat, met zorgvuldig onderhouden bakkebaarden. Hij droeg een lichtgrijzen, platten vilten hoed dien hij naar achteren geschoven had en een lichtgrijze overjas; daarbij had hij een donkeren bril op en een paar lichtgrijze handschoenen in de hand.

,.Emin ibn el-Arabi!" — riep de conducteur.

De man die nu zijn voet op de wagentrede zette was iemand van middelmatige lengte in een zwart Frankisch jasje gekleed en met een roode fez op. Hij was tamelijk mager. Hij had een aangenaam, mannelijk, Arabieren-gelaat. Zijne orientalische zwarte wenkbrauwen waren bijna vrouwelijk fijn geteekend. Zijn groote smalle neus was eenigszins gebogen over zijne roode, misschien wat al te dikke lippen. Met zijne blanke, tengere, met fijne haartjes bedekte hand, streek hij zijn korten, gitzwarten ringbaard glad.

Nadat de conducteur nog eenige namen had opgeroepen, — de meesten waren Arabische, — en alle plaatsen bezet waren, sloeg hij het portier dicht. Hinnikkend stampten de zes paarden met hunne hoeven op den grond en met een gekraak als van een in elkaar stortend huis, zette het logge gevaarte zich in beweging, in de richting der hoogten van den Libanon.

„Nu is de deur van het Westland voor ons gesloten," fluisterde miss Harven haar vader toe. „Het zal mij toch verwonderen, of deze reis, waarnaar ik reeds

Sluiten