Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doodstil. Men hoorde niets anders dan het ruischen der boomen en het kabbelen van het water tegen de steenen.

Toen Emin zijn gebed gedaan had stond hij op; wees, op de wagentrede staande, met de hand naar een nog tamelijk verwijderde rood-gele strook, die veel geleek op een snoer van ongelijkvormige topazen, en zeide met een vochtigen glans in de donkere oogen:

„De van God gezegende stad!"

De schemering duurde slechts enkele minuten. Toen de postkoets Damaskus binnenreed was het reeds nacht.

Een vroolijke vertegenwoordiger van de Levant in een wijden broek, kort geknipt lichtblauw buis en roode fez deed het portier open.

,, Hotel Dimitri! Hütel Dimitri! Mag ik de koffers van de heeren naar Hotel Dimitri brengen?"

De reizigers stapten uit. Op zijn kruk leunende, bleef Harven bij de eene lantaarn van het rijtuig staan, en bij het schijnsel daarvan schreef hij in zijn kladboek de volgende opmerkingen:

„Franseh postrijtuig. Gesprek in 't Fransch. Landschap van Fontainebleau met villa's en populieren. De van God gezegende stad. Koetsier in pantalon en halsboordjes. Fransch pratende portier. De Arabieren leggen, als zij tot Allah bidden, hun hoofd op den grond en lichten hun achterdeel tot den hemel op."

Sluiten