Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Het was er geducht dompig in die eetkamer. Emin haalde een kleinen waaier van geplooid papier te voorschijn om zich daarmede, als een behaagziek dametje, koelte toe te wuiven.

Neen, hij was volstrekt niet zoo, als Nell zich een Oosterling had voorgesteld. In hare meisjesdroomen had zij den Arabier altijd gezien als een bruingetint, schoon man, die in een zijden gewaad gehuld was en een tulband droeg. Die vertegenwoordiger van hare sprookjeswereld was of zeer jong of zeer oud. Hij moest op een bont tapijt of op een geborduurd kussen liggen, in half zittende houding — nooit op een gewonen stoel zitten! Bij de minste aanleiding moest hij aan een met prachtige steenen rijk versierd gevest zijn krom dolkmes uit den met goud geborduurden

gordel trekken Zóó had hare fantasie een Arabier

voor haar geteekend.

Sluiten