Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdrinken ontkomen, bij het baden in zee. Van dat oogenblik af beschouwde zij haar leven als een bijzondere gave; en, indachtig aan het oude spreekwoord dat „men geen gegeven paard in den bek mag zien," stelde zij aan de wereld geen al te hooge eischen en nam zij het leven tamelijk licht op. —

Zij begon zich langzaam aan te kleeden; een paai maal dreigden de wespen, die door de reten naar binnen kropen en rondom .haar hoofd gonsden, haai te steken. Van tijd tot tijd liep zij naar het raam en trachtte een stukje van de straat te zien tusschen de gesloten, bruingeschilderde jaloeziën door. Op een afstand hoorde zij het gegons van drukke stemmen en daar doorheen schelle, zangerige uitroepen galmen, als bij een carnaval; maar bijna geen enkel rijtuig hoorde zij rollen. De voetstappen der voorbijgangers hadden een geheel anderen klank dan in liet Westen, zij waren zacht en slepend. Dit kwam doordat de inboorlingen hier op muilen liepen. Door de latjes harer jaloezieën kon zij de onderste gedeelten van den kaftaan der voorbijgangers zien. In dit lange overkleed en in die muilen scheen het haar toe, dat zij eene optocht van menschen in nachtjas en pantoffels voorbij zag trekken Zij werd kinderachtig nieuwsgierig; zij kon den tijd bijna niet afwachten dat deze tooverwereld Ih in den loop van den dag aan hare verbaasde oogen zou openbaren. Eindelijk stapte zy gekleed en

Sluiten