Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig schelen, of Emin ibn el-Arabi een goed mensch

was, ja of neen.

Veel ernstiger hield zij hare gedachten bezig met

de zonderlinge stad die zij nu met Blumenbach zoude

gaan zien, zooals zij inderdaad was en niet zooals zij

ervan had gedroomd.

Toen Blumenbach een poosje over dit en dat had zitten te praten en hij den ouden heer weer betei in zijn humeur gebracht had, door zijn kluchtige invallen, kwam Nell zelf voor den dag met haar voorstel, om met den dokter op een ontdekkingstocht inde naaste stadwijken uit te gaan. Nu zou zij die wonderbare, vreemde dingen, waarnaar zij zoolang en zoo

innig had verlangd, met hare eigen oogen te zien krijgen.

Dadelijk bij het uitstappen van de groote höteldeur bleef zij een oogenblik stil staan, als door een doek in een museum van schilderijen, bijzonder getroffen.

Ja, dit was het Oosten harer droomen m levenden lijve!

Wiegelend op den rug van een hoog kameel naderde Abraham, in zijn witten mantel gehuld. De behaarde Ezau lag op de straat, in den gloeienden zonneschijn te slapen, terwijl Benjamin, een vroolijke kleine jongen, bal speelde met een citroen. Rebecka steeg juist op de trappen van de beek opwaarts, met de groote, fraai gevormde steenen kruik op haar hoofd; en in het steegje dat aan de plaats grensde, zat Job, halfnaakt,

Sluiten