Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog altijd op zijn mesthoop, zonder er notitie van te nemen dat er een groote Mahomedaansche stad rondom hem was gebouwd.

Te midden van deze door de zon gebruinde, half naakte of witgekleede Bijbelsche personen, bewogen zich met langzaam statige bewegingen de kalifen uit de Arabische sprookjes, de grootviziers, eunuchen en ambtenaren. Zij droegen groene of witte tulbanden, gele pantoffels en lichtblauwe kaftans, die nu eens met bont omzoomd waren, dan weer verschoten en opgelapt, Hunne aangezichten waren in tegenstelling met die der eerstgenoemden zeer bleek. Dikke, genotzuchtige Turken wandelden naast Levantij nen in fez, vrouwelijk koit geknipte jakjes, poffende wijde broek en Europeesche reislaarzen — een leelijk kostuum, dat een geslachtsloos stempel drukte op ieder die het droeg. En onder het gewemel van deze eigenaardige typen en bonte kleederdrachten, rolde een enkel, zwart verlakt Parijsch rijtuig door de straten. Voor de prachtige zwarte paarden draafden vier jonge Arabieren, in bloote beenen en vladderende witte mouwen, met goud gestikte jaquets en met wandelstokken in de hand. Uit het raampje van het rijtuig keek een bevallig vrouwenhoofd, licht gehuld in een doorschijnenden sluier die, coquet geplooid over het haar en de benedenhelft van het gelaat, de oogen en de fraai gevormde wenkbrauwen onbedekt liet.

Sluiten