Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het beest den hals af. Achter een fijn gebeeldhouwd rood houten hek stond de barbier in de scheerkamer — den tulband had hij van zijn porselein-blanken schedel afgenomen — bezig een zieke een aderlating toe te dienen. De waterdrager liep met zijn druipenden zak van geitenvel haastig voort. De ezel van den fruitverkooper klotste zachtkens verder beladen met houten bakken of emmers, die in azijn of zout ingelegde vruchten bevatten. De bloemenverkooper gilde in lange neustonen: „O broeder! O mijn broeder! Stem uwe schoonmoeder gunstig!" en daarbij hield hij een van de kleinste tuiltjes in de hoogte alsof hij zeggen wilde: „zoo weinig is er slechts noodig om een mahomedaansche schoonmoeder tevreden te stellen!"

Prachtig uitgeruste soldaten, met lansen en schietwapenen, reden op grijs-gespikkelde hengsten, gemakkelijk leunend tegen den hoogen rug van het zaal, en de voeten in groote, vierkante, vergulde stijgbeugels.

In de diepte van hunne smalle, niet bevloerde, overdekte en koele bazaars, zaten de kooplieden als heiligen in hunne nis, of als hyenas in hunne kooi.

Toevallig stonden de deuren van deze kooien altijd wagenwijd open.

Men zag er purperen zadels met pistooldragers en zulke buitengewoon hooge rugleuningen, dat zij er uit zagen als tronen. Daar hingen toornen met zware knoppen; manshooge buksen met kleine kolven, die

Sluiten