Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen zin van het woord, was zij ook niet; maar zij had een gebrek, dat misschien meer als een gevolg van hare opvoeding dan als een aangeboren fout moest gerekend worden: Zij was eenigszins „hoog" niet alleen in hare manieren, maar ook in haar blik op hare medemenschen. En juist in deze hooghartigheid, of trotschheid, werd zij nu telkens en telkens weer gekwetst. Zij vermoedde niet hoe heilzaam die leerschool voor haar was. Het meest hinderde het haar, dat Emin hierbij tegenwoordig was. Zij bloosde toen hij haar aanzag. Zij had het onbehagelijke gevoel van uitgelachen te worden, door de menschen van een ras, dat het hare ver voorbijstreefde in lichamelijke volmaaktheid. Hare verlegenheid was - zoo groot, dat alle aanwezigen die opmerkten.

Emin verbrak de benauwende stilte door haastig te zeggen: „Morgen zal ik den eunuck bij u zenden met een paar van de sierlijkste pantoffeltjes die in Damaskus te vinden zijn. — Vertel mij nu eens hoe mijne woning u bevalt?"

„O! Zijn alle huizen in de stad zoo prachtig als het uwe... ?"

„Dat zijn zij niet; want mijn huis is eene erfenis

van mijne rijke grootouders ik zelf ben niet rijk.

Maar in welke woning u binnen gaat, zult u welkom zijn en u zult het er goed hebben. Men zal u een zitplaats aanbieden en koffie. Ook bij den armsten zult

Sluiten