Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met onze schoone Westersche groote steden vergeleken, gaat het niet aan zulk eene enge, vervallen en laag gebouwde stad als Damaskus, prachtig te noemen. De fraaiste bazaars van Stamboul's oud Serail zijn op lange na niet zulke schoone parken als wij zouden te voorschijn brengen, wanneer wij een paar eeuwen lang de schatkamers van het Turksche rijk tot onze beschikking hadden. Prachtig, boven alle beschrijving prachtig, is het Oosten toch; maar de plastische naaktheid, die niemand en niets ontziet en het kleurenrijke, gloeiende landschap, verleenen daaraan de groote bekoorlijkheid. Het heerlijkste in den Oriënt van onze dagen is dezelfde zonneschijn, die ons reeds uit de zangen van Homerus, eeuwig jong, toelacht. Het is dezelfde zon van den als Ametist schitterenden horizont, die in een violet kleurige lijst de donkerblauwe zee omgaf; die zee waarop de herders, die hunne kudde op den berg Ida lieten grazen, onbezorgd van boven neerzagen. Het zijn dezelfde lichtroode, aan de zachte wang van een onschuldige jonkvrouw herinnerende, schakeeringen en tinten, die over Judéas kale rotsen zweefden en die den dichter te Jeruzalem tot die machtig-schoone dityrambe: „Had ik de vleugelen van het morgenrood" bezielden. Het zijn dezelfde zwijgende, indrukwekkende, gulden woestijnavonden, wier lof Mahomed zong, als hij, na een dag vol vermoeienis, in zijn geliefd Ayescha's huis, zich verkwikte met een eenvoudigen avondmaaltijd van gersten-

Sluiten