Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest altijd de eerste persoon in huis zijn en blijven. Als zij naar buiten wilde, voor een poosje — moest hij mede. Soms deed zij op een Zomerdag de ontdekking dat zijne slaapkamer koeler was dan de hare. Dadelijk moest hij zijne matten, tapijten en matrassen op den rug van een kamerdienaar pakken en zijn slaapvertrek ontruimen. Zij was niet jong meer; toch vond men haar nog schoon. Haar te zien was als het zien van Yelid's Moskee: men zag de lachende trekken van jeugdiger leeftijd, gepaard aan de krachtiger boogvormen en kleuren van later dagen. Zij was geleerd en geestig; zij las Pransche tijdschriften en dagbladen. Wanneer men haar kon hooren spreken, kreeg men dezelfde gewaarwording als wanneer men den Franschen postwagen hoorde aanrollen; men zeide onwillekeurig: „Nu komt er nieuws! Nu zullen wij het eenen-ander hooren over Stamboul en over Europa!"

Blumenbach, die zoo vaak over het harde lot der Oostersche vrouw had hooren klagen, moest bij die verhalen glimlachen. Als nu Harven hier ware geweest met zijn kladboek!

De poort van de wijk was gesloten, maar op het geluid van een ruime fooi werd zij dadelijk, met een dof gekraak, open getrokken. De poortwachter, die het geldstuk in zijn zak liet glijden, was blind. Hierdoor was hij even ongeschikt voor wachter, als een stumperd zonder handen voor fluitspeler. Maar zoo was het met de

ENDYMION. 7

Sluiten