Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boomgaarden hunne kronen verhieven, nam op een afstand gezien de tint aan van de menschelijke huid. Hij deed denken aan twee, door de zon gebruinde armen, in elkander gestrengeld op een schoot vol groen en door groen omringd aan alle zijden.

Zij reden over wijd-uitgestrekte begraafplaatsen, onder den indruk van die eindelooze reeks beroemde personen die hier begraven lagen, van af Fatima, de dochter des Profeten, tot den stadsomroeper, die de uren des gebeds verkondigde, den Ethiopiër Bilal-el-Habesch. Toen zij vlak bij een grafzerk langs reden hoorden zij, tusschen het getrappel der paardehoeven door, een ééntonig geluid uit twee lage gewelven, die zelfs nog in den dood de beide geslachten moesten scheiden, tot hen opstijgen. De schrijf-engelen Munkar en Nekir, brachten een bezoek in deze grafkelders, in den eersten nacht, nadat er iemand begraven was. De verhalen over en de herinneringen aan dengene die hier rustte, kwamen in den letterlijken zin van het woord, uit den grond op, zij vielen over de tuinmuren als rijpe vruchten. Wanneer de werkelijkheid niet genoeg stof opleverde, dan vulden de godsdienstige legenden der muzelmannen, vaak niet ongelijk aan duistere spookgeschiedenissen, de ledige ruimte steeds aan.

Op dat kale, roodachtige rotsgebergte tegenover hen had Adam reeds gewoond. Daar was ook nog de bloedige kuil waarin Abels lijk was neergelegd. Van

Sluiten