Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Skandar sloeg nog eens.

In een ommezien was hij op den grond geworpen. Zijne kleederen werden hem van het lijf gerukt en de oude vrouwen spuwden op hem. Met straatvuil besmeerd en naakt tot op het middel, worstelde hij op den grond tegen slagen en trappen. Men bespotte hem: trok hem bij de ooren en bij de haren, en wreef zijn aangezicht met goot water. Zijn staf werd in stukken gebroken en de zilveren bal, die er zoo trotsch op geblonken had, zweefde als een zeep-bel boven de hoofden der menigte, om voor altijd te verdwijnen. Twee woeste knapen klauterden langs de luiken van een raam naar boven en vernielden het op metaal geschilderde wapen van Servië, om daarna het schild naar beneden te werpen. Het viel met een dreunenden bons, een echt tooneel-gedonder, op den grond. Juist op dit gevaarlijk oogenblik werd de poort van het consulaat geopend: Blumenbach stapte naar buiten.

Opzettelijk en met welberekend overleg, had hij zich geheel als Europeaan gekleed. Hij droeg zijn lichtgrijzen vilten hoed; ook lichtgrijze handschoenen en daarbij speelde hij behaagziek met een keurig wandelstokje.

In zijn linker knoopsgat prijkte nog het roode lintje, dat hij van het sigarenpak had afgenomen. Alsof de warmte hem hinderde sloeg hij de opslagen van zijn zomer-overjas terzijde, zoodat het roode lint des te beter gezien kon worden.

Sluiten