Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij bleef stil staan en liet zijn blik over de plotseling verstomde menigte glijden. Hij zag er niet naar uit, alsof hij boos was, en nog minder alsof hij angst had; neen, een zekere mate van onverschilligheid, vermengd met eene uit de hoogte op hen neerziende verwondering, lag in zijn gelaat en zijne houding uitgedrukt. Hij scheen te zeggen:

„Zijn deze met tulbanden versierde kwajongens gek geworden? Of wat moet dat beteekenen?"

Hij liep rechtstreeks in het ergste gedrang en sloeg naar alle kanten met zijn wandelstokje, nu eene wang, dan een blooten schouder rakend.

Men had slechts even de hand behoeven op te heften, om hem dat stokje af te nemen. Men had eenvoudig een pantoffel behoeven uit te trekken, om hem er mede tegen 't voorhoofd te slaan, en hij zou bewusteloos op den grond gevallen, en onder de voeten van dien volkshoop geraakt zijn. Men had slechts, de lauwheid van het fatalisme terzijde dringende, beslist en eensgezind behoeven op te treden, en alle consulaten in Damaskus zouden in lichte laaie hebben gestaan. De onmogelijke Turksche Pacha zou op de vlucht zijn gegaan en Stamboul, dat zijn eigen natie, zijne eigen grootheid, zijn eigen God, aan Westersche bedriegers verkocht had, zoude in zijne ellendige zwakheid, voor eene zijner eigene provincies hebben gesidderd.

Maar dat heerlijke volk der Arabieren, dat voorheen

Sluiten