Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemetseld, dat wij er geen van kunnen verwikken of bewegen."

Emin streek met zijne handen over het lichtblauwe vest en over zijn kort geknipten baard. Toen zeide hij kort-af, alsof zijn vertrouwen geen oogenblik aan het wankelen was gebracht:

„Dwaas! Kom boven, maar laat die lantaarn beneden staan! Ik zal zelf gaan onderzoeken hoe het er meê is."

Toen hij zich naar omlaag wilde laten glijden, waggelde hij voorover, zoodat Scheik Ibrahim hem bij zijn arm greep uit vrees dat hij vallen zoude.

„Houdt je mij nu voor een knaap, dat je denkt dat ik mij niet alleen kan redden?" vroeg hij gekscheerend, terwijl zijne handen, waarop hij steunde, beefden als die van een zwakken, uitgemergelden grijsaard. „Denk je misschien niet dat ik zeker ben van 't gelukken van mijn plan?"

Die laatste vraag had hij gedaan op een onverschilligen toon, die schijnbaar geen antwoord waard achtende. Intusschen liet hij zijn oog, onopgemerkt maar dringend, over de omstanders glijden. Als éen enkele der twaalf getwijfeld had; als er éen was geweest, die hem had doorzien en zijne zielsangst ontdekt had, dan zoude hij met een kreet in elkander gezakt zijn.

Toen hij den grond onder zijne voeten had, nam hij de lantaarn op en zocht hij zijn weg door de gesloten gang. Het droge klimaat had den bodem niet slikkerig doen

Sluiten