Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet langer in staat dien wanhopigen strijd tegen de duizendjarige steenmassa der Oudheid vol te houden. Opnieuw werden zij omgewend en de krankzinnige worsteling begon van voren af aan.

„Heer!" stamelde de Eunuque, die naar boven gezonden was om een steenen kruik met frisch drinkwater te halen, „het wordt laat; straks zullen uwe vrienden in uw huis bijeenkomen om te vragen op welke wijze gij uwe, hun gegeven belofte, het nog aan de som ontbrekende geld te zullen verschaften, houden wilt."

Emin gaf geen antwoord. Hij werkte met een drift en een ijver, alsof zijn vermoeide leden met elk oogenblik sterker werden.

Wederom werden de gebogen breekijzers gekeerd. Wederom gleden zij na een paar slagen uit en weigerden dienst te doen.

„Wij kunnen niet meer!" hijgden een paar mannen en lieten de armen zakken. — „Wij staan tegenover eene onmogelijkheid. Laat ons nu eindelijk ophouden."

„Een weinig water.... Geef mij een weinig water!" stamelde Emin en zag verward om zich heen. Juist nu kreeg hij de waterkruik in het oog.

Hij beproefde deze op te tillen. Zij was niet groot. Maar op dit oogenblik was zij voor hem toch te zwaar, hoewel hij daareven nog zoo krachtig had gearbeid.

Sluiten