is toegevoegd aan uw favorieten.

Endymion

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene vlakte van slordig gemetselde tegels. Behoedzaam haalden zij een tegel eruit; daarna nog een: en een derden en een vierden. Ten laatste zagen zij den onderkant van een zeer groote, zwart-marmeren plaat. Deze lag als een los blok gereed om elk oogenblik naar beneden, op de daaronder arbeidenden te vallen. Zij stutten die met eene plank die, in haar volle lengte, overeind daaronder werd gezet.

Hierna kwamen zij allen nog eens in den rioolkelder bij elkander, om goed te overwegen, of hunne berekeningen juist waren. Zij dachten het wel. Zij waren er van overtuigd, dat die zwarte marmerplaat éen der groote vloersteenen vormde van de kamer, waarin Blumenbach zijne kist met de roebels van den czaar bewaarde. Er bleef nu niets anders voor hen te doen over dan in den nacht, wanneer alles in rust zoude zijn, de marmeren plaat voorzichtig neer te halen als een valluik en dan zou de weg naar boven vrij zijn. Zij zouden den talisman van het goud veroveren; den Pacha omkoopen en aan den Islam de door God gezegende stad teruggeven.

Emin, die niet meer mede gewerkt had, maar met kruiselings gelegde beenen een pijp had zitten rooken, — eene pijp, met een zeer lang roer en een bijzonder klein kopje, — hoorde hunne woorden als een verwijderd gegons uit het Paradijs der toekomst. Hij had vergeten, dat zijne bedoeling aanvankelijk alleen geweest was, de

ENDYMION. 12